Muggenbrunn rond 1900
Bronnen: Wolfgang Hilger, Muggenbrunn verhalen van een Schwarzwald dorp 2004, interviews en prive dokumenten van de inwoners.
De jaren rond 1900 markeren een tijd van veranderingen. De thuis- en handarbeid verdwijnt, de industriële productie begind. Stroom en krachtstroom vervangen de petroleumlamp en het waterrad. Veehoeders werden overbodig vanwege stroomafrasteringen. Op straat rijdt steeds meer vrachtverkeer in plaats van hand- en paardenkarren. Men ontdekt dat de bergen en omgeving voor recreatie zijn te gebruiken en de winter voor sportieve activiteiten. Dat alles heeft uitwerking op het leven van de mensen. De historische dorpsrondwandeling laat deze ingrijpende veranderingen zien.
In de bloeitijd van de zilvermijnbouw in het mijnbouwgebied Todtnau wordt voor het eerst melding gemaakt van Muggenbrunn. In een oorkonde uit 1483 wordt een "Hoff ze Muggenbrunn" vermeldt. Deze was weliswaar van een "Muggo". Misschien herinnerd de naam ook aan het rooien van het hoogdal. "Muggen", zijn boomstronken die bij het rooien zijn blijven staan.
Het laat een stromende waterbron zien, voor het eerst ontworpen in 1901 door het generale landsarchief. Het wapen beschrijft het tweede deel van de dorpsnaam "-brunn", het waterrijke hoogdal met zijn beken en bergbronnen.
In verband met het zilversmelten worden de eerste huizen in 1600 gebouwd en vormen een dorp. Na de ondergang van de mijnbouw leefden de dorpsbewoners over het algemeen van de veeteelt, de bosbouw, houtverwerking en verkoop van thuis gemaakte produkten. Als het beheer door het kloosten St. Blasien in 1809 eindigt, wordt Muggenbrunn een zelfstandig dorp. Het behoort dan tot het groothertogdom Baden. In 1900 heeft het dorp 314 inwoners, waarvan 2 evangelisch en 312 katholiek, 47 huizen en 60 gezinnen.
Muggenbrunn is sinds 1974 een deelgemeente van stad Todtnau. Het toerisme bepaald tegenwoordig grotendeels het leven in het dorp. Door overheidswege herkend als luchtkuuroord, wordt het bergdorp gelegen tussen 952 en 1280 meter NAP, zomers en 's winters graag bezocht.
Kleine dorps rondwandeling
Loopafstand ½ uur, makkelijk
Thema's: Beroepen, school, brandweer, skisport, bijzondere gebouwen, met waterkracht stroom opwekken, borstelindustrie, schilder Wolff
Grote dorps rondwandeling
Loopafstand ca. 1 uur, deels wat zwaar, hoogteverschil ca. 100 meter.
Muggenbrunn rond 1900
Omdat er geen geld was, moesten de kinderen uit Muggenbrunn tot 1836 wachten op een schoolgebouw. Er werd tot dan toe les gegeven in prive lokalen.Het nieuwe schoolgebouw werd door de plaatselijke timmerman Johann Mühl gebouwd. Op het dak bouwde men een klokkentoren. Men luidde de klok bij aanvang van de school, wanneer het bedtijd was en in noodgevallen.
Naar meerdere verbouwingen aan het gebouw zijn er rond de eeuwwisseling een schoollokaal, een raadzaal, een archief en een arrestantencel in de kelder aanwezig. Op de bovenverdieping is een onderwijzerswoning. In een bijgebouw is ook een onderkomen voor de brandspuit. De kosten werden gedekt door hout verkoop en een lening. Als versiering voor het klaslokaal moest de gemeente een schilderij van zijne Koninklijke Hoogheid Groothertog Friedrich I. von Baden aanschaffen. Vanaf 1896 werd het huis voorzien van stroom.
Gemiddeld gingen er tijdens de eeuwwisseling 31 kinderen naar school. Na afschaffing van het schoolgeld in 1902 werd de school financieel ondersteund door het Muggenbrunner schoolfonds "Arme Dorpskinderen". Er waren veel onderwijzers die men zich nu nog herinnert. De eerste onderwijzeres die les gaf in het oorlogsjaar 1918 was juffrouw Liehl. Tegenwoordig gaan de kinderen uit Muggenbrunn naar school in Todtnau en Todtnauberg.
Bilde
Met de slee naar school.
De Muggenbrunner schoolkinderen met leraar rond 1900
Muggenbrunn rond 1900
Brand was vroeger veel gevaarlijker dan tegenwoordig in de dorpen in het Zwarte Woud. Enerzijds door de houten huizen met houten dakpannen, anderzijds door de stookplaatsen en verlichting in huis. De "Kienspan" (harshout) zorgt tot ver in de 19e eeuw voor licht in de kamers, voordat kaarsen en petroleumlampen het gevaar voor brand iets minder maakten. Het gebruik van fornuizen en tegelkachels in de keukens zorgde voor veel minder brandgevaar. Om brand te voorkomen moest tot het begin van de19e eeuw het open vuur bewaakt worden.
In Muggenbrunn bestond het brandweerkorps uit 71 brandweermannen, dit waren bijna alle werkzame mannen.
Bij brand liepen vuurlopers naar de buurtdorpen Aftersteg, Todtnau, Todtnauberg en Wieden om de brand te melden. In het dorp blaast een hoornblazer alarm. Meerdere paardenbezitters verschijnen met hun paard bij de brandspuitloods om de brandspuit met spuitploeg naar de brand te brengen. Ze kregen voor hun diensten een dagloon. Bij het niet op komen dagen dreigde een straf van 5-10 mark. Wie het eerste aankomt ontvangt een beloning van 2 mark.
Tijdens de eerste wereldoorlog heeft de Muggenbrunner brandweer voor het eerst 8 vrouwen in dienst. Tegenwoordig is de Muggenbrunner brandweer een onderdeel van de gezamelijke brandweer in Todtnau.
15 juli 1689
Fransoose troepen verbranden 10 woningen
27 jan. 1900
Brand herberg "Grüner Baum"
19 okt. 1921
Brand woning fam. Mühl, "Salzhaus"
13 mei 1926
Brand borstelfabriek Kiefer
11.mei 1949
Brand borstelfabriek Mühl
13 dec. 1995
Brand "Waldhotel am Notschrei"
26 okt. 1998
Brand woning fam. Kunz, Obere Häuser
07. sept. 2004
2e brand herberg "Grüner Baum"
Tussendoor meerdere malen inzetbaar, ook in de buurtdorpen, bij kleine branden, ongelukken en noodweer
Bild:
Brandweerspuit nr. 11 van de firma Grether uit Freiburg kosten 1340 Mark, in gebruik bij de Muggenbrunner brandweer van 1890 tot 1949. De bluswagen is voor het bebruik in de bergen extra klein en licht gebouwd. Voor in de winter met veel sneeuw is een blusslee beschikbaar. Op de bluswagen is plaats voor 4 personen, er zijn 10 personen nodig voor de bediening.De watertank op de bluswagen bevat ongeveer 400 liter. In één minuut spuit men 270 liter water tot 32 meter verweg.
Muggenbrunn rond 1900
De vroegere scheepsdokter Dr. Tholus laat zich in de jaren 1880 uit noorwegen een paar ski's meebrengen naar Todtnau. Het uitproberen van de ski's maakt ook zijn vrienden enthousiast. In 1891 wordt de eerste skiclub in duitsland opgericht door enkele Todtnauers. Kort daarna kent men ook het langlaufen in Muggenbrunn. In 1906 vinden de eerste regionale skiwedstrijden plaats, die gewonnen worden door Hilda Maier. De ski's zijn gemaakt van essenhout en hebben een gebogen spits, waarmee men beter door een dikke laag sneeuw komt.
In 1922 wordt in Muggenbrunn een skiclub opgericht, ook voor langlaufen. Tot de pioniers van de skisport behoren Adolf Thoma en Karl Bernauer, die in 1930 het skileraarexamen afleggen bij de duitse skibond. Vanaf deze tijd zijn er in Muggenbrunn gekwalificeerde skilessen. Kort na de tweede wereldoorlog hervat zich de skisport. Eén van de actiefste is Franz Bernauer, die zijn vader al bij de skilessen heeft geholpen. Hij leidt sinds 1949/50 de skischool, vanaf 1952 met het staatsexamen voor skileraren. Vanaf 1955 tot 1987 is Franz Bernauer lid en trainer van de duitse skilerarenploeg.
De Franzosenberg is de plaats waar de meeste regionale, nationale en internationale skiwedstrijden plaats vinden. Tegenwoordig zijn de Alpine en Noordse wintersporten een belangrijk onderdeel van het tourisme.
Muggenbrunn rond 1900
Het "Salzhaus" stamt waarschijnlijk uit de jaren 1770. Zijn naam en die van de Schwarzwaldhuizen uit de buurt komen van de salpeterafgraving. Salpeter wordt ook door het afschrapen van de mestputten en de stalvloer gewonnen. Men gebruikte salpeter voor het maken van buskruit. Opvallend is de lengte van de huizen. Bevolkingsgroei, economische overwegingen en ook enigzins vlakke bouwterreinen hebben er voor gezord dat dubbelhuizen werden gebouwd. Aan beide schildzijden bevinden zich de woonruimtes De stallen en de deel zitten in het midden. Deze lange huizen noemt men "arken". En ze geven geborgenheid in stormachtige en gure tijden. Later wordt het middelste gedeelte ook omgebouwd tot woonruimte, het huis is nu ingericht voor 6 gezinnen.
Fritz Ludin schrijft in zijn herbergsboekje: "Vandaag heb ik het gebedshoekje in de herberg ingericht. In een donkere hoek is een nis.... Op het onderste deel van de muur heb ik de kapel van Muggenbrunn en alle boerderijen geschilderd, op de achtergrond de bergen.... en zet er een kruisbeeld in. Dan tover ik s' nachts bij schemerlicht het hele dorp in de kamer ....Op het bovenste plankje zet ik een beeldje van God en enkele engeltjes."
De bewoners van de Salz-huizen getekend door Fritz Ludin, professor uit Freiburg en bewoner van het "Salzhaus".
Gebedshoekje uit een Salz-huis getekend door F. Ludin op 5 april 1918
Muggenbrunn rond 1900
Hermann Wolff, geb. op 08.09.1893 in Steppach, studeerde na zijn schooltijd aan de pedagogische academie. In 1914 wordt hij opgeroepen als officier voor het Rijksleger. Hij raakt zwaar gewond en verliest een been. Na de oorlog gaat een grote wens in vervulling, hij begint in 1917 aan zijn studie aan de kunstacademie in Karlsruhe en geeft daarna les in Mannheim. Zijn ontwikkeling in de kunst word door professor Walter Conz sterk gestimuleerd. Hij wordt aangesteld bij het ministerie van onderwijs en cultuur in Karlsruhe en krijgt gelijktijdig een leeropdracht aan de kunstacademie. Veel van zijn schilderijen worden in 1942 en 1944 verwoest door brand.
Na de tweede wereldoorlog verhuist hij met zijn familie naar het "Molerhüsli" in Muggenbrunn. Hier ontstaan veel van zijn landschapsschilderijen rond om de Feldberg en Muggenbrunn. In onze hotels, in het gemeentehuis en in meerdere prive woningen, kan men zijn werken bewonderen. Waarschijnlijk heeft hij in de naoorlogse tijd, om zijn familie van eten te voorzien, zijn schilderijen omgeruild voor brood, boter, melk en andere levensmiddelen. Na de dood van zijn vrouw verlaat kunstenaar Wolff zijn geliefde Muggenbrunn en verhuisd naar zijn kinderen in Karlsruhe, waar hij op de gezegende leeftijd van 98 jaar sterft.
Muggenbrunn rond 1900
De Muggenbrunnse molen word in het jaar 1724 voor het eerst genoemd. In 1869 koopt molenaar Ferdinand Ernst het grote huis. Het water uit de Langenbach drijft het waterrad aan. Het water wordt aangevoerd door een houten open kanaal. Alfred Ernst stopt met het molenbedrijf na 1920.
De bakkerij en levensmiddelenwinkel blijft nog bestaan tot 2001.
Nog voor 1900 begint men in Muggenbrunn met stroomopwekking. Als eerste in de smederij van Gregor Mühl bij de dorpsbrug. Daarna bij molenaar Alfred Ernst, die tevens een waterturbine in bedrijf heeft. De smederij levert stroom in het noordelijke deel van het dorp en de bakkerij in het zuiden. Beide voorzien ongeveer 30 familie's van stroom. Ook werd het toegestaan de stroom te gebruiken voor motoren, strijkijzers en dergelijke, maar alleen van's morgens tot 's avonds. Pas na 1920, maakt de stroomopwekking bij de smederij het mogelijk, dat ook het deel van het dorpsdeel Oberhäuser van stroom wordt voorzien.
Tegenwoordig wordt de overtollige stroom terug geleverd aan de energiemaatschappij.
Muggenbrunn rond 1900
Het omstreeks 1740 gebouwde gebouw wordt in 1758 door Johann Wißler ingericht als herberg. Hij leidt het bedrijf 50 jaar lang. In 1835 wordt in een verslag van het districtsbestuur in Schönau gemeldt dat dit de oudste herberg in deze streek is. In 1839 wordt er tegenover een woonhuis met dansvloer en een gastenkamer ingericht. "Grünen Baum" is een herberg voor het "betere volk".
In de "Grünen Baum" wordt in 1881 een postagentschap en een telegraafkantoor ingericht. Als eigenaar krijgt Jakob Wißler een jaarlijks bedrag van 50 mark. Hier is ook de stopplaats voor de postkoetsen om de paarden te verzorgen. In 1904 wordt in Todtnau het "Motorverkehr Freiburg - Todtnau GmbH" opgericht die haar stopplaats ook bij de "Grünen Baum" heeft. In 1915 wordt de postkoetsen lijndienst opgeheven en vervangen door een vrachtwagen lijndienst. De vrachtprijs bedraagt per kilometer 15 pfennig.
In januari 1900 wordt het pension door een brand verwoest. Het wordt in het zelfde jaar nog weer opgebouwd in Schwarzwald stijl. De laatste waardin is Helga Hauf, geboren Wißler. Het bedrijf sluit in 1989. Enkele jaren wordt het gebruikt voor oostduitse immigranten. Vanaf 1996 wordt het overgenomen door hotelhouder Hubert Albiez van het Notschrei Hotel. Na nogmaals een brand in 2004 wordt het hotel volledig gerenoveerd, waarbij de originele Schwarzwald stijl behouden blijft.
Muggenbrunn rond 1900
Alle dorpen rondom Muggenbrunn hebben voor 1900 een kerk of kapel. Een donatie van Martin Hölzle uit Aftersteg maakte uiteindelijk de bouw van een kapel in het dorp mogelijk, waarbij de gemeente een bouwplaats aanbood voor 75 mark. "Op de eerste oktober 1899....wordt de eerste steen gelegd voor de kapel..... Muggenbrunn behoorde tot de parochie van Todtnau,.... maar wenste al heel lang een eigen kapel. Jarenlang smeekte men vergeefs om een vrijstaand kruis in het veld voor het bidden van de rozenkrans...."
(uit de oorkonde van de eerstesteenlegging 1899)
Gebedsdiensten zijn in de St. Cornelius gewijde kapel niet mogelijk. Tot 1950 gaan de Muggenbrunners nog naar de zondagsdienst in Todtnau. Daar deed men dan na de kerkdienst de inkopen.
Nadat bleek dat de kapel te klein werd, wordt er op de "Schmelzplatz" . een nieuwe kerk gebouwd en in 1954 ingewijd. Grote verdienste hiervoor heeft de uit het Bisdom Münster afkomstige hulppastoor Josef Vienenkötter. De Muggenbrunners ondersteunden de bouw met maandelijkse giften. Zelfs de kinderen dragen hun steentje bij door het verzamelen van bosbessen voor verkoop op de markt. De toren van de kapel wordt verwijderd, de kapel behoort korte tijd aan de evangelische gemeenschap als kerk. Tegenwoordig is de kapel privebezit.
Muggenbrunn rond 1900
In Muggenbrunn begint men in 1810 voor het eerst met de productie van borstelhout, daarna met het borstelbinden als thuiswerk en uiteindelijk met de borstelproductie. In het dorp zijn aan het eind van 1900 vier borstelfabrieken, daarvan is er één van Johann en Gottlieb Andris. De fabriek bestaat uit een woonhuis, fabriekshal en schuur. Voor het aandrijven van de productiemachine's wordt gebruik gemaakt van de waterkracht bij de Holzschlagbeek. Andris verongelukt dodelijk met paard en wagen in Freiburg. De onderneming behoord sinds 1902 aan de weduwe en daarna aan haar tweede man, Karl Wißler, zoon van de eigenaar van de Grünen Baum. De laatste borstelhoutmaker is Matthäus Günter, schoonzoon van Anna Andris, zelfs tijdens de tweede wereldoorlog probeerd hij het bedrijf in stand te houden.
In het dorp zijn 26 houtboorders en borstelbinders. De borstels worden door thuiswerkers in het hout gezet. Bij het thuiswerk helpt de hele familie mee ook de kinderen. Marskramers verkopen de borstels in de hele omgeving tot in de Elzas en Zwitzerland.
Vanaf 1970 worden in het gebouw moderne gastenkamers ingericht. Het is sindsdien in familiebezit. Onder de naam "Landhaus Günter" is het nu een zelfvoorzienend, energie- en millieuvriendelijk bio-ontbijtpension.
Muggenbrunn rond 1900
Johann Hablitzel brouwt samen met zijn vader Martin in 1873 zijn eerste bier. De eerste vermelding van herberg het "Adler" is in het jaar 1879. Een eigen brouwerijinrichting wordt gedokumenteerd in 1880. Zijn ondernemingslust laat Johann Hablitzel niet met rust. Met vrouw en kinderen gaat hij naar Zwitserland waar hij een succesvol ondernemer wordt. De herberg verpacht hij aan zijn broer Josef. Deze leidt de herberg meer dan 40 jaar. Het "Adler" wordt een dorpsherberg, waar men graag lang blijft zitten en bij een kaartspel meerdere marken of menig stuk land verspeeld.
De "Adler" eigenaar handelt ook met schoolartikelen zoals schriften, papier en krijt. Hij is actief als voerman, moet bij brand de brandweer een paard ter beschikking stellen en bij stenge vorst voor het ontdooien van de brandweerspuit warm water leveren en deze naar de plaats van de brand transporteren.
Het "Adler" als driesterren-hotel is tegenwoordig nog steeds een familiebedrijf.
"De heer Johann Hablitzel in Bazel, die hier geboren is en zijn ouderlijk huis heeft, wordt het ereburgerrecht toegekend. Reeds vele jaren heeft hij uit zorgzame genegenheid en liefde voor zijn geboorteplaats de plaatselijke schoolkinderen met kerstmis grote geldbedragen gegeven"
(Besluit uit de gemeenteraad van 17.12.1926)
Muggenbrunn rond 1900
In 1842 schrijft een afgevaardige aan de regering: "Ik heb de eer, een verzoek in te dienen aan de hoge kamer namens de gemeenten Todtnau, Muggenbrunn en Aftersteg, betreffende de aanleg van een straat van Freiburg via Todtnau naar het Wiesental. Mijne heren, laten we er voor zorgen dat de actieve "Schwarzwälder", zijn eenvoudige leven, niet te zwaar belast wordt door het ontbreken van een straat". De industrieel Meinrad Thoma uit Todtnau en bouwkundig ingenieur en ontwerper van straten in moeilijk begaanbaar gebied Friedrich Julius Gerwig uit Karlsruhe ondersteunen dit verzoek.
Men begint met de bouw van het eerste deel van de straat in 1847. Reeds in 1852 constateert Gerwig dat de straat ook regelmatige controle en onderhoud nodig heeft. Ondanks de extra lasten voor de gemeentelijke begroting van Muggenbrunn worden er lijsterbessen- en kersenbomen langs de straat geplant.
In 1860 wordt de paardenbuslijn geopend. De reistijd van Freiburg naar Todtnau duurt ongeveer 5 uur. Een autobuslijn wordt met feestelijke plechtigheid geopend in 1920. De buslijn loopt van Freiburg via Kirchzarten, Muggenbrunn naar Todtnau en Schönau. In de zomer dagelijks drie keer en in de winter twee keer per dag. De straat via "Notschrei" is tegenwoordig de verbinding tussen het Wiesental en het Dreisamtal.
Bilde:
Gedenksteen bij Notschrei, ter gelegenheid van de opening van de straat in November 1849. Het feestprogramma kon niet doorgaan vanwege te veel sneeuw.
In 1904 ontstaat de autobuslijn, de buslijn looopt van Freiburg via Schauinsland en Notschrei naar Todtnau.
Muggenbrunn rond 1900
De gemeente Muggenbrunn vermeldt in Karlsruhe in 1874, met betrekking tot nieuwe topografische kaarten:"De op de linkerzijde, circa èèn kilometer boven het dorp staande zaagmolen wordt afgebroken en zal ook niet meer worden opgebouwd". Feitelijk is op de plaatsen die nu nog "Säge" worden genoemd, sinds 1750 voor de dorpen Muggenbrunn en Aftersteg een zaagmolen in bedrijf. Omdat het eenvoudiger was de boomstammen naar beneden te transporteren heeft men bij Aftersteg een nieuwe gezamelijke zagerij gebouwd.
Maar de plek wordt wederom gebruikt. In 1850 heeft houthakker Donat Kiefer een gebouw met waterrad gebouwd voor het maken van borstelhout. Het waterrad, door de "Trubelsbach" voorzien van water, drijft via transmissies eenvoudige houtbewerkingsmachine's aan. Ook na een brand en wederopbouw in 1926 is het waterrad nog in gebruik. In 1950 ondersteund het een dieselmotor, tot beide aandrijvingen door een electromotor worden vervangen.
Paardenkarren transporteren in 1900 over de nieuwe straat via Notschrei het borstelhout richting Freiburg. Borstelbinders worden van borstelhout voorzien, alsook handelaren die over de oude handelswegen borstels langs de huizen verkopen.
De nakomelingen van Donat Kiefer hebben tot 1989 borstelhout gemaakt. Het fabrieksgebouw wordt een woonhuis. Door de roepnaam van een bewoonster, "Sägers Frieda" is de oude plaatsnaam blijven bestaan.
Muggenbrunn rond 1900
Eind 1700, in één van de oorlogen van Ludwig XIV, om de macht in Europa, komt Freiburg onder Frans gezag. Ludwig XIV geeft zijn bouwkundige Vauban opdracht van Freiburg een vesting te maken. In een volgende oorlog, de successieoorlog in 1689, worden Muggenbrunn en Todtnau gebrandschat. Een verdedigingslinie met schansen en walgrachten van Muggenbrunn tot aan Zell en Gersbach moeten de aanvallers tegenhouden. Uit deze tijd stamt de naam "Franzosenberg" en boven op de berg de veldnaam "Auf der Schanz".
In de zomer bloeien de weiden prachtig op de Franzosenberg, leveren gras voor hooi en dienen als weide voor koeien en schapen. De kleine afgrond aan de voet van de Franzosenberg heet "de Hel" wat steile helling betekend. In de winter skiën sporters elegant de 600 meter lange helling naar beneden. In enkele minuten hebben ze een hoogteverschil van 180 meter achter zich. Sinds 1953 is het berg beklimmen gemakkelijk gemaakt. Destijds is de eerste skilift ingewijd. Het is overigens de tweede skilift in het Zwarte Woud. Met de skilift "am Winkel", boven aan de Franzosenberg, hebben skisporters zelfs een 1,5 km. lange afdaling, met rond 320 meter hoogteverschil.
Muggenbrunn rond 1900
Het huis, gebouwd in 1766, biedt in 1900 woonruimte aan vier gezinnen. Ze runnen samen een kleine boerderij. Daarnaast werken de vaders nog in verschillende beroepen: glaszetter, kleermaker, slager, borstelmaker en stratenmaker. Eén familie is, zoals vele anderen, eind 1900 naar Amerika geëmigreerd.
Het woongedeelte aan de westkant, tegenwoordig onder monumentenzorg, heeft een bijzondere geschiedenis. Na 1919 gebruikten twee verenigingen het huis, "Verein Fahrende Leute e.V." en vereniging "Im Greifennest", beide uit Freiburg. Zulke vereniginsgebouwen waren erg gelieft voor groepen zomergasten.
In 1930 krijgt de gemeenteraad een aanvraag van Helene Edler uit Freiburg, voor het vestigen van een gastenpension. Onder verschillende voorwaarden, zoals het verbeteren van het sanitair en een verbod om alcoholische dranken aan te bieden, wordt de vergunning afgegeven. Zo ontstaat "Vegetarisch Pension Altes Haus", die voldoet aan de antroposofische denkwijze van de toenmalige eigenaar.
Voor gasten zijn vijf kamers aanwezig. Dr. Renz uit Freiburg, eigenaar van dit deel van de woning, noemde het in zijn tijd "Altes Haus". Onder deze naam is het huis nog steeds bekend in het dorp. In 1970 verandert men de naam in "Cafe-Pension Altes Haus". Het pension wordt in 1978 gesloten.
Muggenbrunn rond 1900
Rondom 1900 staan er in Muggenbrunn 45 woonhuizen, daarin leven 314 mensen in 72 gezinnen. Deze huizen zijn gebouwd van eind 1700 tot in 1800.
Dit huis van 1774 heeft zijn oorsprong behouden. Huizen van dit type heten "Schauinslandhäuser".
Het type huis "Schauinslandhaus" komt voor op een hoogte van 1100 meter boven NAP. Ze staan parallel aan de hoogtelijn. Om een egaal grondstuk te maken is weinig graafwerk nodig en alleen de steunmuur aan de dalzijde moet sterker en hoger gebouwd worden. Vanaf de berghelling kan men makkelijk op de hooizolder rijden. Het grote schilddak heeft een grote oversteek aan alle zijden van het huis en beschut zo tegen wind en noodweer. Het is bedekt met schindels (dakplankjes) De schindels gemaakt van dennen- en sparrenhout zijn 50 x 12 cm. groot en overlappen zich viervoudig. Voor deze huizen heeft men 45.000 schindels nodig. Ze worden door de schindelmaker op een snijezel met schindelschaaf gemaakt in de lange wintermaanden. Aan de zijde van de zonsopgang is het woongedeelte. Aan de bergzijde is een afdak met een waterbron voor de dieren. Het grootste gedeelte van het huis wordt in beslag genomen door de voergang en de stallen.
Voor het huis was meestal een kleine tuin. De huidige bewoner heeft er een mooie bloemen- en groententuin aangelegd.
Muggenbrunn rond 1900
De naam is makkelijk te verklaren door de ligging van de boerderij. Een brandverzekering uit 1855 beschrijft het "Winkel" als volgt: " Het huis bestaat uit een woonhuis, een schuur en een stal onder één dak in houten bouwstijl, het dak is bedekt met schindels, fundament en kelder is metselwerk".
Alle inwoners van Muggenbrunn zijn hoofdzakelijk veehouders. Het grasmaaien in het voorjaar ("Heu") tot het begin van de herfst ("Öhmd") op de eigen bergweiden levert het voer voor de dieren voor in de winter. De gemeente beschikt over gemeenschapsweiden: de meent. Meentdelen worden verdeeld voor gebruik aan inwoners met burgerrechten. Meenteweiden liggen bijv. in de "Rutte" in Oberhäuser.
De "Rutte" is de weidehelling boven de huidige Oberhäuserstrasse. Van "Hohfels" tot in het "Trubelsbachtal" liggen deze gezamelijke weiden. In 1904 worden in het dorp 13 paarden, 163 Badische Hinterwald koeien, 62 varkens, 40 geiten en 194 kippen geteld. Veebezitters drijven hun dieren 's morgens in de weide, voor koeien, geiten en schapen betaald men verschillende weideprijzen. Daarvan worden de veehoeders betaald. Enkele Muggenbrunners namen naast de veehoeders nog een extra knecht aan die zoveel dagen als dat ze vee hadden de veehoeders hielpen. Ook schoolkinderen hielpen mee als veehoeder.
De eerste stroomafrasteringen, vanaf het midden van de 20e eeuw, hebben de veehoeders overbodig gemaakt.
Muggenbrunn rond 1900
"Silva sinistra" noemden de romeinen het bosgebied oosterlijk van de boven-rijn. "Donker" doch eerder "ondoordringbaar". "Schwarz" is het Schwarzwald als gemengd bos, bestaand uit eiken, beuken en dennen niet geweest. Alleen in de hogere gedeelten komen sparren voor. Het bos veranderd zich tot 1900 zo dat dan 60% sparren en 40% beuken geregistreerd worden.
De kolonisten rooien het bos voor weiland. Veelvuldig wordt het hout gebruikt: mijnwerkers in de zilvermijn, later in de ijzererts winning, kolenbranders, glasblazers, hars aftappers en houtsnijders zijn de grootste houtgebruikers in de middeleeuwen en in het begin van de nieuwe tijd. In 1800 volgden er grote houtleveringen naar Bazel en Freiburg, waar een grote behoefte was aan bouw- en brandhout. Hoofdzakelijk wordt het hout drijvend getransporteerd. Gezaagde houtstammen en gekloofd hout worden in de rivier de Wiese tot Zell vervoerd en dan via het vlotkanaal tot Bazel. Zo worden de berghellingen rondom Todtnau en Muggenbrunn kaal in het midden van de 19e eeuw. Op de open hellingen groeien de sparrenbomen weelderig, dan pas wordt het bos "Schwarz".
In het besluit van de "Todtnauer Waldteilung" wordt in 1838 het bosbezit van Muggenbrunn vastgelegd. Met een streng geregeld bosbeheer wordt het bos tot een belangrijke inkomstenbron. Het maakt het bouwen van een school en een kapel mogelijk alsook de uitbreiding van het stroomnet. Door het samengaan van de gemeenten in 1974 is Stadt Todtnau tegenwoordig de op 3 na grootste bosbezitter van Baden-Württemberg.
"Plattegrond van de gemeente Muggenbrunn" uit 1832. Het betreft het 203 ha. grote houtbestand, bestaande uit beuken, sparren en zilversparren. Herkenbaar zijn de "gemeentewiedens" rondom het dorp, het "Trubelsbachdal", de zaagmolen en als meetpunt het schoolgebouw.Muggenbrunn around 1900 - Public Functions (19)
Muggenbrunn rond 1900
De gemeente heeft rondom 1900 meerdere openbare functie's te vergeven: financieel ambtenaar, gemeentesecretaris, dorpspolitie, veldwachter, muizen- en mollenvanger, stratenmaker, als ook boswachter, wegenbeheerder en vroedvrouw.
De gemeente heeft in 1878 de functie van boswachter opgedragen aan Ferdinand Maier. Hij draagt een dienstuniform van grijze stof en een grijze pet met een donkergroene band. Hij heeft altijd een signaalhoorn bij zich. Tot zijn plichten behoort het verbeteren van de bospaden en het toezicht op planten en bomen. Hij bewaakt het bos tegen stroperij en vernielingen van de wegen. Maier voert deze functie uit tot aan zijn dood in 1911. Opvolger wordt zijn zoon Karl.
De functie als wegenbeheerder was een erg zware taak in de winter. Hij heeft er voor te zorgen dat de weg sneeuwvrij en begaanbaar blijft. Paardenbezitters moeten hun paarden ter beschikking stellen voor het trekken van de slee. Bij sterke regenval moet hij ervoor zorgen dat de waterafvoer goed verloopt. Net zoals de veldwachter draagt hij een dienstinsigne.
Iedere zelfstandige gemeente had een vroedvrouw in dienst. Op 25 augustus 1894 wordt Maria Steck uit de Oberhäuserstrasse door 26 vrouwen verkozen als vroedvrouw. Het contract tussen haar en de gemeente moet haar man ondertekenen. Vrouwen die bij een geboorte willen helpen, moeten zich bij het districtsbestuur bewijzen van hun bekwaamheid en goede reputatie. In de koffer van de vroedvrouw zitten ca. 45 verschillende medische apparaten, maar ook ontsmettingsmiddelen en Hoffmansdruppels.
Bild:
Arrenslee met zeven paarden voor het vervoer van Notschrei naar Todtnau bij huis nr. 22 (nu Schwarzwaldstraße 9 / Bernhard Wissler) in de winter van 1936.
Muggenbrunn rond 1900
Het monumentale huis met het jaartal 1777 in de deurpost is één van de oudste huizen. Eind 1800 woonde hier Fidel Thoma met zijn vrouw. Hij is boer en borstelbinder. Van de borstelhoutfabriek krijgt hij het borstelhout aangeleverd. Als thuiswerker trekt hij de borstelharen door de voorgeboorde gaten. In zijn werkkamer heeft hij een werkbank met bankschroef staan om het borstelhout in te spannen. Fidel Thoma verdient met het borstelbinden wat extra geld naast zijn inkomen van het boerenbedrijf.
Het woongedeelte van het huis is aan de zijde van de zonsopgang. Een bezoekster schreef: " een grote kan koffie, melk en brood staan op de eiken tafel. Ik zit tegenover de oude tegelkachel met groene tegels. Rondom de kachel is een stenen bank, dit noemt men de "Kunst". De tegelkachel zit in het midden van het huis en wordt gestookt vanuit de keuken." De tegelkachel is net zo oud als het huis. Sommige tegels zijn voorzien van een kruidnagelmotief, een bewijs van welgestelde boerderijen uit de 18e eeuw.
Zulke kruidnagelmotieven zijn gebruikelijk in Zuid Duitsland, de Elzas en noord Zwitserland. In de stenenbank rondom de kachel de "Kunst" zijn de namen van de eerste bewoners gegraveerd: Johan Wunderle en Veronika Kunz. Namen die ook tegenwoordig nog veel voorkomen in Muggenbrunn.
Muggenbrunn rond 1900
In Muggenbrunn komen in 1890 de eerste toeristen. Aan het eind van de 19e eeuw is het mode om van uit de stad naar het platteland op vakantie te gaan. Wie niet in het bezit is van een buitenverblijf, huurt zich een kamer in een herberg of bij iemand privé. Om de vakantiedorpen te bereiken zijn wegen belangrijk. Zo stelt de water- en stratenbouw inspectiedienst Lörrach vast dat, voor het in de zomer steeds levendiger toerisme, een nieuwe weg via Notschrei-Halden-Schauinsland een niet te onderschatten voordeel is.
Na de eerste wereldoorlog voert Muggenbrunn een "toeristenbelasting" in, om het oplevend toerisme te ondersteunen. In 1934 stelt de gemeente vast: "Verschillende privépersonen verhuren een kamer of een hele woning. Hierdoor komt geld van buiten het dorp. Het is duidelijk bewezen dat het toerisme zich goed laat combineren met kleine boerenbedrijven". De twee herbergen bieden in 1931 plaats aan circa 1250 gasten uit het binnenland en circa 90 uit het buitenland. De reeds in 1929 opgerichte VVV leeft weer op in 1950. En sluit zich aan bij de vreemdenlingenverkeersgemeenschap Hochschwarzwald. Een VVV kantoor wordt ingericht en Muggenbrunn krijgt in 1991 het predikaat "Luchtkuuroord". Als uitgangspunt biedt Muggenbrunn het beleven en ervaren van de natuur in het berglandschap tussen de Feldberg en de Belchen. Het aantal overnachtingen, op de 2e plaats in de gemeente Todtnau, verduidelijkt dit juiste uitgangspunt.
Bild:
Vrachtwagen van het "Motorverkehr Todtnau GmbH"
Anzeige:
Advertentie uit de feestbundel bij de opening van de Schauinsland-kabelbaan op 17.07.1930